Omarm je woede, Hoofdstuk 2

Het vuur van de angst doven

‘Als iemand iets zegt of doet wat ons kwaad maakt dan lijden we. We hebben de neiging iets terug te zeggen of te doen om ook de ander te laten lijden, in de -ijdele- hoop dat we dan zelf minder lijden om de situatie.’

‘Ik wil je straffen, ik zal maken dat je lijdt omdat jij mij leed hebt berokkend. En als ik jou zie lijden, zal ik me waarschijnlijk beter voelen.’

Dergelijke gedachten en acties getuigen natuurlijk niet zo veel van emotionele intelligentie. Echter weet ik zeker dat bijna iedereen ze wel eens een keer gedacht heeft. Dit is heel menselijk en kan alleen maar uitmonden van kwaad naar erger. Ik heb mezelf in de loop der jaren geprobeerd te trainen met de volgende zin als iets mij kwaad maakt.

  1. ‘Wie is er kwaad?’ (bij mij zou dat Rabia, Parel, Soraya of Theresa kunnen zijn. Ik ken mijn team en ik weet wat ze afzonderlijk kwaad maakt. Maar als je geen DIS hebt zou je jezelf kunnen afvragen: Is de grote (volwassen) ik of de kleine (het kind in jou) ik boos?)
  2. ‘Wat is er geraakt dat je zo kwaad bent?’ (Boosheid kun je ook in je lichaam voelen trouwens.)
  3. ‘Is het oude pijn? of nieuwe?’ (Is het pijn van vroeger of van nu?)

Dus, waarom maakt juist DIT mij zo kwaad? en Wat is er geraakt in mij dat pijn doet? Je wordt kwaad omdat het je raakt, als het je niets zou doen dan wordt je niet kwaad. Dit vereist een hele goede en nauwkeurige zelfreflectie en het antwoord zal niet altijd zo voor de hand liggend zijn. Het antwoord kan misschien wel heel pijnlijk of juist volslagen maf zijn. Dat je het liefst jezelf wil verstoppen of moet grinniken om jezelf. Thich Nhat Hanh  geeft in zijn boek als voorbeeld dat als je huis in de fik staat het essentieel is dat je eerst de vlammen dooft en dan later achter de brandstichter aan gaat. Niet eerst gaan kijken wie de vlammen heeft aangestoken als je dit doet dan fikt je huis af en is alles verloren. Als je vlammen voelt richt je daarop, het brand, dit voel je in je lichaam. Ik heb ook gemerkt, dit beaamt Thich Nhat Hanh ook in zijn boek, dat bewust ademhalen ECHT ECHT heel veel scheelt. Blaas het vuur van je innerlijke woede uit met je adem. Soms merkte ik echt dat ik zo kwaad kon worden dat ik niet meer na kon denken. Mijn hersens hadden letterlijk zuurstofgebrek van de woede. En door bewust te ademen voelde ik mijn verstand weer stromen en kon ik weer overzicht over de situatie krijgen. Dit vereist veel oefen natuurlijk en jezelf terug kunnen fluiten als je de bocht uit dreigt te vliegen. De kunst hier is om elkaar dan te helpen in plaats van te straffen. Laat de ander weten dat je boos bent en zeg dat je even tijd nodig hebt om voor je woede te zorgen.

-De ware natuur van je woede ontdekken-

Vaak zit woede heel diep en kan deze van generatie op generatie zijn overgedragen. Vaak wisten onze ouders ook niet hoe ze met de woede van hun ouders om moesten gaan. Het troostte mij om te lezen dat Thich Nhat Hanh zich ook veel richt op het innerlijke kind. Het is zo belangrijk dat we de fouten van onze jeugd zelf kunnen rechtzetten, het klinkt onmogelijk maar ik wijd mijn leven hier aan en zie, al tien jaar, elke dag stapje voor stapje dat het wel kan!

Van Parel merkte ik dat zij juist haar woede en boosheid niet meer durfde te uiten. Ze was als een hondje van Skinner, als ze zich in het gezin schikte mocht ze blijven en als ze dat niet deed mocht ze vertrekken naar een internaat. Ze heeft zich nooit eens even lekker kunnen misdragen en, net als elk kind, zo nu en dan haar zin kunnen doordrammen. Dus ik daag haar regelmatig uit om eens lekker boos/irritant of luidruchtig te zijn. Ze mag dan alles zeggen, schrijven of tekenen wat ze wil. Dit heeft jaren geduurd voor ze dit durfde te doen. Eerst liet ik haar de woede verwoorden, want soms stottert ze van de angst en dan liet ik haar de woede die in haar systeem zitten uiten. Door een veilige omgeving voor haar te scheppen kon ze het laten gaan.

In mijn boek meer over Theresa.

Soraya is boos om hele andere dingen, haar boosheid is voornamelijk naar mannen gericht. Schrijven lucht haar ook op, ik schrijf zij citeert. Met haar heb ik veel moeten relativeren. ‘Soraay, ik voel je pijn. Ik snap waar deze vandaan komt maar is die pijn in deze situatie terecht?’ Soraya heeft bewijzen nodig. Mannen zijn full of shit en waar baseren ze hun claims op? Als ze tegenstrijdig zijn in wat ze zeggen en doen dan gaat ze helemaal los als ze de kans krijgt. Neem ik haar dit kwalijk? Nee, beweren dat je van iemand houd en die persoon achter het raam zetten of fysiek/mentaal manipuleren dat gaat hem nooit meer worden. Als ik seks heb met een partner dan is ze altijd boos op mij. ‘Raap, laat hem je betalen hij gaat ons toch wel verlaten. Hij wil je alleen maar neuken en geen liefde geven.’ Dat is haar referentie en ik wil haar ook helen, dit zal een stuk moeilijker gaan dan bij Parel omdat Soraya haar boosheid anders (destructiever) uit dan zij. Als ik haar d’r gang laat gaan dan manipuleert ze me net zo lang tot ik het uit maak, bij wijze van.

Even voor de duidelijkheid, mijn alters geven mij geen ik herhaal geen opdrachten met dingen die ik moet doen. Dit zouden ze wel graag willen (omdat het een stel draken zijn soms. Parel zou de speelgoedwinkel leeg kopen en Soraya zou ook flink gaan shoppen.) maar deze regel neem ik heel strikt in acht. Ze mogen hun mening geven maar IK (Rabia) beslis.

Dus, soms als ik vrij dan vraag ik haar: ‘Soraay, wat voel je? Is dit betaalde seks of zou dit liefde kunnen zijn? Kijk eens naar hem, wat zie je in zijn ogen?’ Ze gunt mij liefde, een sterke, geduldige en liefdevolle man. Ze weet dat dat mijn wens is. Ze geeft nooit antwoord op mijn vraag maar ik voel dat er een stukje ijs van de berg smelt als een partner liefdevol met zijn hand hoor mijn haar streelt. Ze weet dat er geen garantie is of iemand wel of niet blijft. Het enige wat je woede wil is gehoord worden en soms een aai over je bol als dat nodig is.