Gewoon even fijn jezelf zijn bij Patricia Vos

1

Hier is hij dan, het eerste gastblog! Hiervoor heb ik Patricia Vos gevraagd. Zij was toen ik een jaar of 10 was activiteiten begeleidster bij een instelling van jeugdzorg. Als kind ging ik wekelijks naar activiteiten die zij begeleidde. Het zijn voornamelijk kleine momenten die ik hier nog van weet maar het gevoel wat ik had bij Patricia ben ik nooit vergeten. Ik wist dat ik als kind bij Patricia gewoon even lekker mezelf kon zijn en mijn rugzakje even neer kon zetten om te spelen en keet te trappen. Nu 20 jaar later heeft ze haar eigen kinderpraktijk in Apeldoorn. Ze helpt kinderen met het verwerken van hun trauma’s. Tijdens het gesprek zag ik dat ze nog steeds haar vak met alle liefde en begrip voor het kind beoefend. Ze is echt een vak vrouw maar werkt met haar hart.

 

Wat is precies je beroep?

Toen jij, als kind, mij leerde kennen, was ik activiteitenbegeleidster. Nu ben ik vak therapeut beeldend en spel.

 

Wat is precies het verschil?

Als activiteitenbegeleidster leerde ik kinderen d.m.v. activiteiten sociale vaardigheden, de ‘ik’ versterking door dingen te maken waar je zelf trots op kan zijn. Nu als therapeut pak ik de laag eronder. Terug gaan naar emotie regulatie, affect regulatie en weer zo veel mogelijk herstellen. Eigenlijk opnieuw aanmaken wat er gemist is.

 

Heb je dit altijd al willen doen?

Nee, toen ik jong was wilde ik dierenarts worden. Maar als kind al was ik heel goed in tekenen en vond ik het leuk om clubjes te organiseren, een rolschaatsclub of een geheimenclub. Op de middelbare school kwam ik er achter dat ik niet zo goed in taal was maar wel heel creatief was.

 

Wat is de definitie van een trauma voor jou?

Aan een trauma zijn heel veel definities te geven. Ik denk dat het dat iets is wat je toch tegenhoud om gezond te functioneren en om gelukkig te zijn. Wat je tegen houd en wat zo veel energie kost om het eronder te houden dat je niet meer echt kan genieten. Het kan ook zijn dat een kind zelf niet direct de traumatische gebeurtenis heeft ondergaan maar er constant mee te maken heeft gehad of het gezien heeft. Dat kan ook al traumatiserend zijn en voor problemen in de ontwikkeling zorgen. Je hebt zo veel situaties, enkelvoudig, meervoudig trauma. Er zijn heel veel oefeningen om bij de bron te komen. Iets wat ik elk kind keer op keer duidelijk wil maken is dat wat het trauma ook is, het is niet hun eigen schuld! (zeiden Patricia en ik in koor)

 

Hoe zit dat precies met trauma’s en de hersenen? Is het mogelijk om te herstellen wat er gemist is?

Ik ben natuurlijk geen neuroloog of psychiater maar heb er wel veel over geleerd tijdens mijn master of art therapy studie. Veel van wat ik nu leer over het brein was natuurlijk 20 jaar geleden niet bekend. Wat nu wel echt bekend is, is dat trauma’s zichtbaar te zien zijn op een hersenscan. Zo zagen ze bijvoorbeeld, tijdens het tekenen, dat bepaalde gebieden waarvan deze voorheen niet actief waren weer actief werden. In de grijze massa kan gedrag echt veranderen. Een bekende man die hier over schrijft is: psychiater Bruce Perry “Het liefdevolle brein”

 

Waarom is trommelen, trampoline springen of schommelen heel belangrijk?

Wat doe je als een baby huilt? Je wiegt het kindje heen en weer. Op die manier kan je er invloed op hebben. Als na verloop van tijd weer een hersenscan word gemaakt dan zal je zien dat de trauma gebieden kleiner zijn geworden. Heel hoopvol dus!

17

Wat zou je graag willen bereiken met je praktijk?

Ik zou heel graag kinderen willen helpen. Ik had toen ik net activiteiten begeleidster werd best een hele pittige doelgroep. Want kinderen die uit huis geplaatst worden hebben vaak hechtingsproblemen. In het jeugddorp waar je woonde als kind was dat bijna 80% van alle kinderen die hier mee te maken hadden. Daar moet je wel doorheen. Dat betekend in de praktijk dat het veel langer duurt voor je effect hebt. Ik werk vanuit de affect regulerende vak therapie methode. Deze is verdeeld in drie fase.

 

Bij de eerste fase van therapie ben je voornamelijk bezig met het herstellen van veiligheid en contact. Dat kan, bij kinderen met hechtingsproblematiek, soms wel een jaar duren. Je ziet dan vaker gedrag dat niet klopt.

Bijvoorbeeld: De een zit veel te snel bij je op schoot of de ander die zit angstig onder de tafel. De kinderen die nu bij mijn praktijk komen wonen nog thuis, zij komen hier binnen en gaan spelen. Die zijn veel directer in het aangaan van spel maar ook in het aangaan van contacten.

Wanneer kinderen zich “veilig” voelen gaan ze zich ontspannen. Vandaar dat we de eerste fase ook wel spanningsregulatiefase noemen. Het kind leert dat spanning kunnen worden gereguleerd. Hier doet de therapeut dat nog voor het kind door te zorgen dat het niet te spannend maar ook niet te saai is. Kinderen gaan bijvoorbeeld spontaan zingen tijdens het schilderen.

Dan kan er gewerkt worden aan het richten van de aandacht. Samen iets langer en meer betrokken met materialen bezig zijn. Dat is fase 2, aandachtsregulatie fase. Kinderen leren dan hun aandacht meer te richten en vast te houden. Ik bied dan ook meer sensopatischmateriaal aan zoals, zand, klei, scheerschuim, vingerverf en probeer het kind meer lichamelijk betrokken te laten worden. Voorzichtig te laten voelen, ervaren hoe het is. Is het fijn of niet fijn, hard of zacht, daar gaan we samen mee spelen en ontdekken. Dat vind ik prachtig hoor, zo opgaan in het materiaal, het maakt niet uit of iets mooi wordt of helemaal niet, het gaat om het proces, de ervaring.

Langzaam werk ik dan verder, in fase 3, naar het meer woorden geven aan het doen. Het kind wordt erkent in wat het op dat moment beleeft. Voelen en kneden in de klei wordt dan (wanneer ik zie dat een kind het prettig vind aan het ontspannen en blije gezicht)

“lekker he! Zo bezig zijn?”

Het kind gaat verschillende gradaties van spanning, gevoelens (affecten) onderscheiden. Zachte klei voelt bijvoorbeeld prettig maar wanneer deze uitdroogt dan niet meer. Door beetjes water toe te voegen kan je deze zachter maken. Teveel water maakt het een kliederboel. Het kind en de therapeut wisselen deze gevoelens verbaal en non-verbaal (in het werken) uit. Ik stimuleer kinderen dan ook om hun emoties te uiten en te vertellen. Maar vertel ook wat ik ervaar. Zo leren kinderen ook dat ik iemand anders ben met eigen gevoelens en gedachten. Wanneer dat lukt kunnen kinderen en jongeren soms ook hun gevoelens in materiaal of spel uitdrukken. Soms is het dan tijd om voor trauma behandeling verder te gaan bij een psycholoog (voor EMDR). Soms is de therapie dan zo goed als klaar. Belangrijk is tijdens het hele proces om de directe opvoeders psycho-educatie te geven over wat er gebeurd en hoe de therapeut dat doet.

Het mooie van het werken vanuit mijn eigen praktijk vind ik dat de ouders nog in beeld zijn en ook graag mee willen werken/kijken en ontwikkelen. We doen het dan samen. Bij  Jeugdzorg had ik met professionele opvoeders te maken die wel betrokken zijn maar niet de eigen ouders kunnen vervangen. Voor de biologische ouders was het vaak te ingewikkeld om naar de instelling te komen of was er teveel gebeurd waardoor dat iet mogelijk of wenselijk was.

2

Wat zijn vaardigheden die belangrijk zijn voor een vak therapeut?

Ik vind ten eerste dat je sensitief moet kunnen zijn en daarmee bedoel ik. Dat je empathie moet hebben, je kunnen inleven in de ander. Ik kan heel gek doen, maar ik kan ook heel rustig zijn. Het kind de tijd en ruimte geven en je eigen ego even op de achtergrond kunnen zetten. Het gaat niet om mij maar om het kind. Afstemmen op het kind dus. Ik kan samen tekenen en dan de tekening omwisselen en het kind met mijn tekening verder laten gaan wanneer het kind dat graag wil. Ik kan kind zijn met de kinderen, met hen meespelen met in het achterhoofd het doel waarvoor ze bij mij zijn gekomen.

Nu ik zelf moeder ben, dat ik dat stukje kan combineren met mijn ervaring als moeder en mijn ervaringen de ik heb opgedaan bij het jeugddorp met de pleegkinderen. Ik snap het nu veel beter wat het is als er, als moeder zijnde, iets met je kind is. Je gaat dan op zoek naar de juiste hulpverlening. Ik kan bijvoorbeeld geen therapeut zijn van mijn eigen kinderen, daar ben ik nu ook achter na wat uitdagingen met mijn eigen kinderen. Wat het betekend voor een moeder om hulp te zoeken. Alle respect voor ouders die hulp zoeken voor hun kinderen, dat is een hele stap. En als je vervolgens ook de opvoeding uit handen moet geven, zoals de ouders van veel pleegkinderen. Als je dan op een goede manier je boosheid en verdriet kan loslaten en je kind de kans kan geven om goed op te groeien is dat heel fijn. Ik hoop een therapeut te zijn die dat kan combineren. Begrip en steun bieden aan de ouders en dicht bij de kinderen kunnen zijn. Je moet ook kennis hebben van de problemen waarmee de kinderen te maken hebben waar je mee werkt.

 

Als je als therapeut bezig bent met het helen van de problemen van de kinderen, ben je dan ook wel eens met je eigen helingsproces bezig?

Ja en nee, ik ben zelf heel veilig en beschermd opgegroeid. Ik had niet zo veel problemen, met dank aan mijn ouders. Zij hebben het best goed gedaan. Dus tja, het helen niet maar door therapie te geven word ik wel gevormd tot wie ik ben. Ook ik heb me moeten losmaken van mijn ouders. Dat is niet altijd makkelijk geweest. Ik heb me wel aan de kinderen verbonden waar ik mee werk. Als zij weggaan dan moet ik me daar ook weer van losmaken.

 

Wat zijn dingen waar je voldoening uit haalt met je werk?

Ik vind het heel mooi om te zien als een kind een stukje van zichzelf durft te ontdekken. Dat kan al zijn als een kind heel duidelijk ‘NEE’ zegt. Of dat er een stuk spel komt waarbij je echt bij het stukje pijn en verdriet komt. Dat ze dan goed aan kunnen geven ‘ik wil dit of dat’ of ‘het moet zo en zo’ dat je dan ziet dat ze kunnen ontspannen. En als ze na een half jaar of jaar zelf kunnen zeggen:

‘We zijn nu wel klaar he’

19

De kinderen beseffen dus wel dat ze bij jou komen met een reden?

Ja, en dat is het verschil met activiteitenbegeleiding. Daar kom je om leuke dingen te doen, therapie is omdat je een probleem hebt. Je komt met een reden, wat die reden is kan heel erg verschillend zijn.

 

Je hebt nu een praktijk aan huis. Hoe houd je werk en privé gescheiden?

Er is natuurlijk een grens tussen werk en privé, mijn kinderen komen niet binnen als ik hier bezig ben met therapie geven. Mijn eigen kinderen, bijvoorbeeld, die kan ik niet in therapie hebben. Toen ze nog heel klein waren had ik altijd teken en schets boeken klaar liggen. Mijn kinderen willen dus niet tekenen en schilderen hoor! Zij zoeken hun eigen weg. Dieren en sport vinden ze heel leuk. Je kunt wel de voorwaarden scheppen. Daar bedoel ik mee dat wij (mijn man en ik) de taak hebben om het voor onze kinderen mogelijk te maken om zich zo goed mogelijk tot een gelukkig mens te ontwikkelen. Dat doen we door regels en structuur maar ook door ze te motiveren om te gaan sporten. We gaan mee kijken bij de voetbalwedstrijden van onze zoon en met onze dochter mee op scoutingkamp om maar wat te noemen. Speelgoed is er (met een moeder als speltherapeut) ook en mag in de kamer blijven liggen zodat er mee verder gespeeld kan worden. En je soms even vervelen als kind vind ik ook heel gezond, daar wordt je creatief van. Laat de spelcomputer of tablet maar eens even uit!

4

Hoe zit dat ongeveer met het uiten van gevoelens?

Sommige kinderen kunnen heel moeilijk woorden geven aan wat ze voelen maar ze kunnen fantastisch tekenen over wat ze voelen. Door bijvoorbeeld grote dikke strepen te maken met pastelkrijt en deze dan uit te vegen. En weer een ander moet flink in een stuk (Is het speksteen?) steen hakken. En voor de kleintjes heb ik dan mijn handpoppen.

‘Hee, mijn handje komt voorbij!’

‘Een bal rolt’

Kinderen kunnen de wereld al spelend ontdekken.

 

22

20

Patricia, ik wil je bedanken voor dit gesprek en je openheid. Toen we zaten te kletsen voelde ik weer het gevoel van vroeger. Veiligheid en heel veel warmte. Ik vond het ook heel spannend, het kind in mij wilde lekker spelen en kletsen maar de volwassen ik wilde het goed doen en laten zien dat ik goed terecht gekomen ben. Vandaar dat het even heeft geduurd voor ik alles op papier had. Ik hoefde het je niet te laten zien, je zag en wist het gewoon. Het was voor mijn gevoel ook heel onwerkelijk. Ik had niet meer durven hopen dat ik de kans zou krijgen vragen te stellen over mijn jeugd aan iemand die mij zo close kende. Zelf was ik veel vergeten. Ik ben weer een klein beetje geheeld die dag en heb weer wat kunnen afsluiten.  Je leerde mij d.m.v. het aanraken van magic sand om te toetsen of iets ‘ok’ of ‘niet ok’ voelde. Deze opdracht was heel confronterend. Tijdens het uittikken van het interview (wat ik had opgenomen) hoorde ik twijfel in mijn stem, ik kon de vraag niet beantwoorden. Deze vraag ga ik vaker aan mezelf stellen. ‘Vind ik dit ok of niet ok?’

Ik heb aan Parel kunnen uitleggen en laten zien:

‘Er zijn ook momenten geweest dat ik heb kunnen spelen, weet je nog? Patricia Vos, dat was toch wel heel gezellig’

Heel veel succes met je mooie missie!

26

Aanbevolen boeken:

Het kind dat opgroeide als hond en andere verhalen uit de praktijk van de kinderpsychiater- Bruce Perry

Het liefdevolle brein- Bruce Perry

 

Fotografie: Madelijn Vijfhuizen

Website: www.kinderpraktijkvos.nl