laat het los

hierrustenrabiaszorgen

Half augustus zat ik thuis op de bank te gamen toen ik een telefoontje kreeg van een vreemd nummer. Het was mijn moeder, ze vertelde me dat ze in Rotterdam op het station stond. Mijn stress schoot omhoog. Op het station? Alleen? Ze had aan de conducteur gevraagd of ze mij mocht bellen op zijn telefoon, ze had iets voor me wat ze wilde geven. Ik zei haar dat ze voor het station onder de grote klok moest blijven wachten en dat ik er meteen aan kwam.

Ik pakte mijn fiets en reed nog sneller dan het licht (bijna) naar het station. Toen ik daar aan kwam zag ik haar niet op de afgesproken plek staan. Ze heeft zelf geen mobiel dus ik kon haar niet bereiken.  Ik raakte licht in paniek. Rotterdam is een grote trigger voor haar en ze had geen medicatie bij zich. Met tranen in mijn ogen heb ik haar een uur lopen zoeken. Ik zag twee agenten en ging naar ze toe. Ik legde de situatie uit en vroeg of ze wilde uitkijken naar haar. Ook heb ik haar foto op de landelijke telex laten zetten. Als mensen haar dan bij de politie zouden brengen zou het landelijk bekend zijn dat ze gezocht word.

Ik besloot de kliniek te bellen waar ze woont, ze heeft een RM en zit op een gesloten afdeling. Ik vroeg of ik mijn moeder kon spreken. De verpleegkundige hoorde ik naar haar kamer lopen en op de deur kloppen. Mama Rabia, er is telefoon voor je. Geen gehoor. Ze opende de deur en zei me dat ze niet op haar kamer was. Op het moment dat zij de deur open deed zag ik mijn moeder staan bij een koffie kraampje achter centraal. Ze stond rustig te wachten, dacht ik.

‘Het kan wel kloppen dat ze niet op haar kamer is, ze staat hier op centraal.’

De verpleegkundige schrok.

‘Ik loop even naar haar toe om te vragen waarom ze is weggelopen en dan bel ik u terug.’

‘Prima en succes.’

Ik liep naar mijn moeder en zag dat ze erg in de war was. Ze begon te huilen en smeekte me dat ik haar niet terug zou brengen. Ze zei dat ze mishandeld werd en dat ze niets mocht.

‘Rabia, als je me terug brengt dan spring ik voor de trein!’

Tja, daar sta je dan als kind met je goede gedrag. Ik kocht een kopje koffie en draaide op een terrasje een sjekkie voor haar. Ze was heel erg in de war en kon alleen maar huilen en praatte heel erg onsamenhangend over haar toestand in de kliniek. Ik kon er geen touw aan vastknopen. Haar kleding zat in de war, ze rook niet zo fris en trilde. Ik moest haar steeds tegenhouden omdat ze haar kleding wilde uittrekken….buiten….

‘Rabia, ik heb geld voor je gespaard’ 

Ma, hoe bent u daar aan gekomen?’ 

Ik wist dat ze dit nooit op een eerlijke en moreel verantwoorde manier had verdiend. Ik weet genoeg van verslavingen om te weten dat ze heel ver kan gaan om aan geld te komen. Dit maakte me verdrietig, ik wilde het geld niet aannemen maar weigeren kon ik ook niet. Dan was het voor niets geweest…dit gevoel kende ik helaas maar al te goed. Ze pakte een natte en kleffe sok uit haar jaszak en gaf het aan me. Met mijn duim en wijsvinger pakte ik het aan.

‘Kijk, dit heb ik voor je gespaard’

‘Ma, hoe heeft u dit geld de kliniek uit gekregen?’

Ze lachte een keek me geheimzinnig aan.

‘Ik heb het goed verstopt op een plek waar ze niet kijken’ 

Ik draaide me om en kokhalsde. Ik stopte de sok in een tasje wat ik toevallig in mijn rugzak had zitten en veegde mijn handen schoon met een vochtig doekje. Ik zei haar dat ze terug moest naar de kliniek en dat ze niet bij mij kon blijven. Weer begon ze te huilen en haar kleding uit te trekken. Ik kon niets anders doen dan haar stevig vast te houden en troosten.

Toen ze was gekalmeerd belde ik de kliniek dat ze oké was. De verpleegkundige vroeg of ik haar terug kon brengen met de trein. Aangezien ze heel ver weg woont en de trein best duur was wist ik dat ik het financieel niet kon.

‘Kunnen jullie haar niet komen ophalen?’

‘Jullie hebben je werk niet goed gedaan en haar laten weglopen.’ dacht ik boos.

Dit was niet mogelijk. Ik belde een paar mensen die een auto hadden of ze met me mee wilde haar terug te brengen. De vader van mijn oppaskinderen heeft een auto en zijn vrouw zei me dat ik wel even naar hun toe mocht komen met ma. Zij wilde wel mee om haar veilig weer naar huis te brengen en ze vind kinderen ten slotte heel leuk.

 Gelukkig wonen mijn oppaskids niet ver lopen. Onderweg kwamen we de twee agenten tegen. Ik vertelde ze dat ik haar had gevonden. Hier waren ze blij mee, ze vertelde me dat als ze teveel herrie geschopt zou hebben ze haar mee hadden kunnen nemen, ze had dan wel een nacht in de cel moeten blijven en de kosten zouden voor haar zijn geweest. Dit was gelukkig niet nodig zei ik. Ik heb vervoer geregeld.

Aangekomen bij mijn oppasfamilie werd mijn moeder iets rustiger, ze vond de kinderen lief en genoot van het eten. Oma was er ook en ik zag dat ze het goed met elkaar konden vinden. Toch dwaalde het gesprek steeds af naar de ellende in de kliniek en zag ik dat mijn moeder de drukte niet goed trok. Toen we klaar waren met eten hebben we haar naar huis gebracht. Oma heeft ma de hele weg vastgehouden.

IMG_20160803_202656

De weken erna bleef ze weglopen, het gebeurde zelfs zo dat ze de week erna drie dagen vermist was, zonder haar kinderen of iemand te bellen. Ik was echt radeloos. Dit heeft ze nog nooit eerder gedaan. Wat was er met haar aan de hand? Waarom was ze zo boos? Dit zijn vragen waar ik helaas nooit een antwoord op zal krijgen besefte ik me. Ze is al te ver heen en kan zich niet meer verbaal uiten. Alles loopt in elkaar over in haar wereld. Ze weet zelf niet eens meer wat echt en niet echt meer is. Verleden en toekomst kan ze niet meer uit elkaar houden. Wat moest ik wel of niet geloven?

Wat heb ik hiervan geleerd vraag je je zeker af… ik moet het loslaten, ik moet haar loslaten. Ik moet mijn zorgen loslaten want mijn broertje en ik gaan er helemaal aan onderdoor. Klinkt heel hard en dat is het ook. Ik ben blij dat hij me op de hoogte houdt van de stand van zaken rondom haar. Toch merk ik dat het contact me veel stress bezorgd.

Ik ben constant met mijn loyaliteit in conflict. Ik hou van haar omdat het mijn moeder is maar vroeger was zij er niet voor mij dus waarom zou ik nu voor haar in de spagaat gaan? Dat een kind zich dit afvraagt is heel terecht denk ik.  Ik laat het los, ze heeft ten slotte niets aan me als ik zelf in de puin lig. Ik zal sterk zijn voor ons beide.